Onderzoeksprojecten

Sarah Staes (2017- ) Vidas en traducción. Las paradojas de la escritura autobiográfica multilingüe hispanoamericana 1980-2015 // Lives in Translation. The Paradoxes of Spanish-American Multilingual Autobiographical Writing 1980-2015
promotoren: Ilse Logie (UGent) en An Van Hecke (KULeuven)

Desde finales del siglo XX asistimos a un auge espectacular de las prácticas culturales multilingües. En el presente proyecto se investigarán las complejas relaciones entre el multilingüismo literario y la construcción de la identidad en un conjunto de textos autobiográficos contemporáneos (1980-2015) escritos por autores provenientes del Cono Sur (Argentina y Chile) y de México. Tal como queda reflejado en escenas clave y en los paratextos de los ejemplos más paradigmáticos de este fenómeno, la lengua posee una dimensión existencial y hasta heurística: se torna el elemento ineludible para poner a funcionar la memoria del narrador, definir su identidad y su visión del mundo.
A partir de un estudio discursivo, narratológico y estilístico de los textos nos proponemos examinar el funcionamiento de algunos mecanismos y consecuencias del cambio lingüístico. Otro objetivo del proyecto es arrojar luz sobre ciertas evoluciones dentro del corpus. Si en la etapa inicial las obras que se articulan en torno a la extranjería como condición de escritura enfatizan sobre todo el carácter desgarrador del desplazamiento geográfico (exilio, migración) y de la conquista de una lengua que no es la propia, en una serie de textos más recientes la lengua extranjera aparece más bien como lugar de hospitalidad y como camino hacia la reconstitución identitaria. Esto demuestra que expresarse en una nueva lengua puede permitir un acercamiento a nuevas experiencias afectivas y dar paso a relaciones que no estén basadas en la homogeneidad y exclusividad ni lingüística ni comunitaria. Un análisis pormenorizado de las estrategias de representación del yo autobiográfico multilingüe permitirá asimismo determinar en qué medida los textos del corpus contribuyen a desnaturalizar el paradigma monolingüe que sigue predominando en la vida cultural y cuáles son las consecuencias de esta doble pertenencia para su inscripción en el campo literario.

Amaury de Sart (2015- ) : La poétique hétérolingue dans Larva. Babel de una noche de San Juan (1983) de Julián Ríos: des jeux de traductions aux enjeux traductifs // Heteroglossia en meertaligheid als poëtica. Larva. Babel de una noche de San Juan (1983) van Julián Ríos: van Spaanse woordspeling tot Franse vertaaluitdagingen
Le présent projet de recherche envisage le cas de l’écrivain Julián Ríos qui, à la suite la dictature franquiste, tente de donner un nouveau souffle littéraire à la littérature espagnole en puisant parmi les références culturelles et les poétiques d’écritures inscrites au panthéon de la littérature mondiale (et plus spécifiquement européenne). Les débats autour de cette œuvre intertextuelle et multilingue, expérimentale pour certains, extrêmement classique selon l’auteur lui-même, furent le théâtre d’une des plus grandes polémiques de la littérature espagnole contemporaine.
L’un des particularités de la poétique de l’oeuvre de Ríos réside dans l’impact des modalités de la traduction sur sa propre écriture : sous l’influence d’une certaine tradition littéraire qui fait la part belle aux détournements langagiers (au sein de laquelle on retrouve notamment Rabelais, Sterne, Pound ou Joyce), son écriture se prolonge au-delà des frontières du castillan. Cette conception de l’écriture trouve ses prémisses dans la pratique de la transcréation, un projet de traduction s’est développé tout au long du 20e siècle. Le recours à la transcréation intervient à un moment où l’auteur prend conscience d’une forme d’inertie culturelle dans sa société. La réponse se trouve alors dans l’engagement vers une pratique de la traduction libre et créatrice, qui vise à faire évoluer les formes d’écriture de son propre système littéraire.
Après avoir établi la place de la traduction dans la poétique riossienne, il s’agira de voir comment cette ambition littéraire est traitée en France, au cœur d’un système culturel dont les stratégies de traduction sont en pleine évolution depuis les années 70 : longtemps acquise à la cause de la « belle infidèle » et de l’ethnocentrisme, la traduction française s’est progressivement ouverte à l’appréhension de l’étrangéité.

Elies Smeyers (2014- ) Hugo Claus en français. Approche pluridisciplinaire des traductions et de leur impact sur l’image et la réception d’un transfert culturel à succès. Joint PhD UCL-UGent. Promotoren: Stéphanie Vanasten (Université catholique de Louvain) en Désirée Schyns (UGent). Het project wordt uitgevoerd aan de Université Catholique de Louvain en wordt gesubsidieerd via de Fonds Spéciaux de Recherche de l’UCL. Het project kreeg de prijs Fondation Louvain: Prix scientifique de la Compagnie du bois sauvage. Voor meer informatie, zie  Vanderlinden, S. (2014). Qui est le Claus français? Un beau projet comparatiste et interdisciplinaire,  Septentrion. Arts, lettres et culture de Flandre et des Pays-Bas (Mars, 1), 82-83.

Thomas Spittael (2012-2015) The Translation, Cultural Mediation, and Reception in Britain of J.-J. Rousseau’s Discours sur les Sciences et les Arts, 1751-1779: A Study of Translational Poetics, Ideological Adaptation, and Print Cultural Appropriation. Promotor: Sandro Jung (UGent) Copromotoren: Lieve Jooken en Guy Rooryck (UGent)
Thomas Spittael werkte als doctoraal wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Gent, waar hij  verbonden is aan de onderzoeksgroep Trace (Vakgroep Vertalen, Tolken en Communicatie) en het Centre for the Study of Text and Print Culture (Vakgroep Letterkunde). Zijn onderzoek is gericht op de vertaling en receptie van Jean-Jacques Rousseaus Discours sur les Sciences et les Arts in Groot-Brittannië (1751-1779) en omvat een analyse van de actoren betrokken bij de culturele bemiddeling, een discoursanalyse van de achttiende-eeuwse vertalingen en onderzoek naar de receptie en ‘print culture’. Met dit onderzoek beoogt hij een originele en interdisciplinaire bijdrage te leveren op het vlak van vertaling, receptie, cultuurtransfers en print culture. De verdediging van het proefschrift vond plaats op 7 december 2015.

Lidia Rura (2007-2014) Het oeuvre van Aleksander Galič. Promotoren: Thomas Langerak (UGent), Piet Van Poucke (UGent). Het onderzoek van Lidia Rura is toegespitst op het oeuvre van Aleksander Galič, een Russische dissidente dichter. Zijn werk behoort tot een speciaal genre uit de Sovjetperiode dat een heel efficiënt middel bleek te zijn om de censuur te omzeilen en het dissidente gedachtegoed onder het brede publiek te verspreiden. Toch is dit genre in tegenstelling tot andere werken van dissidente strekking vrijwel onbekend gebleven in het Westen en werd het nauwelijks vertaald. Het onderzoek heeft als doel het werk van Galič te bestuderen met het oog op drie belangrijke aspecten: (i) de vorming van zijn standpunt als dissident, (ii) de hermeneutische analyse van zijn thematiek en de potentiële relevantie ervan voor zijn thuispubliek en voor de Westerse lezer (iii) het onderzoek naar het contrast tussen de enthousiaste receptie van de dichter als dissident en de moeilijke receptie van zijn werk in het Westen. De drie aspecten impliceren een historisch-biografisch onderzoek naar de wordingsgeschiedenis van een dissident, een literair-thematische studie door middel van de analyse van de prereceptieve fase en een vertaalhistorische en een vertaalkundige studie naar de postreceptieve fase en de analyse van de weinige bestaande vertalingen. De verdediging van het proefschrift vond plaats op 9 september 2016.